Woensdag 6 aug kwamen we na een rit van 7 uur en een lokale lunch aan in Zomba. We stonden alle drie vol verwachting te popelen want het was nog steeds de vraag of het huisje voor m’n ouders op tijd af zou zijn. En jawel jawel, dat was het zeker! Richard, Jarred en Hanisha hadden de dagen ervoor tot 23:00 uur doorgewerkt. Richard had die dag zelf nog wat pannen, potten, servies en beddengoed neergelegd en een uurtje voor aankomst kreeg ik van Niels bericht dat het af zou zijn. Top! Het huisje is echt prachtig geworden met mooie houten details en zelfs een eigen mini keukentje. Dat het de dagen erna nog flink vochtig binnen zou zijn en alles in de koffers van m’n ouders klam zou worden laten me maar even buiten beschouwing.
Het bezoek aan Zomba stond in het teken van, jawel, eten! De eerste avond hebben we met z’n 4’tjes in het huisje van m’n ouders gegeten. Maar de dag erna was het tijd voor een culinaire dag met een lunch bij Blend en diner bij Casa Rossa. Via de markt en souvenirkraampjes liepen we naar Blend, en vervolgens door naar de Italiaan. We speelden gezellig meerdere potjes Qwixx en namen de tijd voor een lekker (luister)boekje. Niels joinde ons voor het avondeten en we sloten de dag af met een lekker wijntje.
Vrijdag merkten mama en ik dat we nogal moe waren van alle indrukken en het lopen van de dag ervoor, dus we besloten het wat rustiger aan te doen. We pakten een taxi naar de botanische tuinen, maar dit ging deze keer wat minder soepel dan normaal. Drie taxichauffeurs lieten weten dat ze geen benzine hadden en daarom niet konden rijden. Toen taxichauffeur Edo ons uiteindelijk wel kon rijden, vertelde hij dat het benzineprobleem nu echt op z’n piek zit. We hadden al eerder begrepen dat de benzineprijs de afgelopen jaren flink is gestegen en dat het op dit moment geen gegeven is dat er benzine bij het benzinestation is. Daardoor staan er soms rijen van wel 100-200 auto’s en motoren stil voor een benzinestation, in de hoop dat er benzine komt. Edo vertelde ons dat er nu nog minder benzine is dan voorheen, en dat mensen soms zelfs een nacht in hun auto blijven slapen in de rij voor het tankstation, in de hoop dat ze de dag erna kunnen tanken. Het benzineprobleem heeft te maken met de devaluatie van de kwacha, de lokale munt. Schijnbaar wordt de benzine in het buitenland met dollars door de overheid ingekocht. Maar aangezien de kwacha nu minder dollar waard is, kan er slechts beperkt worden ingekocht. Heel bizar allemaal. Het wordt de mensen hier echt absoluut niet makkelijk gemaakt…
De rest van de ochtend liepen we met z’n 3’en door de heerlijk rustige botanische tuinen. Bij botanische tuinen denk ik al snel aan mooi aangelegde tuinen, maar dit lijkt wel een soort halve jungle te zijn, met zelfs een kleine waterval. Niels en ik waren er samen al geweest en genoten van de rust, en mama en papa konden er gelukkig ook net zo van genieten! Na de tuinen liepen we bergop richting Kefi voor een westerse lunch. Voordat we naar Malawi vertrokken, had ik Kefi al op Google Maps zien staan. Toen dacht ik nog “die westerse tent ga ik proberen te vermijden want het voelt niet goed om in zo’n arm land op zo’n plek te komen”. Daar kom ik nu toch wel op terug. De plek voelt zeker dubbel, gezien de prijzen en wetende dat veel mensen van hier dat nooit zullen kunnen betalen. Ook is Kefi in een groot koloniaal huis gebouwd, wat gezien de geschiedenis ook niet echt een fijne gedachte is. Maar nu we eenmaal even in Malawi zijn, vind ik het zo zo zo fijn om me even terug te kunnen trekken in dit cafeetje. Om wel buitenshuis te zijn, maar niet de hele tijd te worden aangekeken of aangesproken. Plus, af en toe even écht een goed kopje koffie… daar kan ik dan extra van genieten!
We aten hier een heerlijke lunch en namen vervolgens weer de taxi terug. Nog even snel de laatste spullen pakken, want het volgende tripje staat ons (en Niels!) alweer te wachten!
