Na een heerlijke week thuis was het initieel 11 maart weer de bedoeling om terug te vliegen naar Suriname. Zoals je goed leest, gebruik ik het woord initieel omdat ik helaas op Schiphol voor de vlucht werd geweigerd. M’n visum (het strookje dat we van het Ministerie van Justitie en Veiligheid hadden gekregen) zou niet in orde zijn. Dat terwijl Niels 8 maart met precies hetzelfde strookje wel naar Suriname was gevlogen… Je kunt je voorstellen dat frustratie zeer licht uitdrukt hoe ik me voelde toen ik niet mocht inchecken. Ik was er flink klaar mee en was sterk in dubio of ik überhaupt nog wel weer naar Suriname wilde. Na al het gedoe met het visum voelde het eigenlijk gewoon even niet zo fijn om weer moeite te moeten doen om het land opnieuw in te mogen.
Maar gelukkig is daar mijn lieve lieve Niels die zich er wel hard voor wilde maken om mij nog een keer die kant op te laten gaan. Ik had voor de zekerheid op Schiphol m’n vlucht laten omboeken naar woensdag 16 maart en kreeg de dag na het Schiphol fiasco een appje van Niels dat hij via via een visa on arrival voor me had kunnen regelen. Dat betekende dat ik woensdag as toch kon vertrekken!
Met redelijk wat mixed feelings stapte ik dan ook een paar dagen later aan boord van het vliegtuig. Ik had eigenlijk niet zo’n zin meer in het land, maar wél heel veel zin om Niels te zien. Hij zat ondertussen alweer in het binnenland, met Medische Zending!
Na een goede vlucht nam ik de taxi naar Paramaribo en crashte daar voor een avond bij Zus en Zo met een heerlijk diner en ontbijt. Het voelde best raar om hier alleen te zijn, maar ergens ook empowering. Ik kon dit ook prima in m’n eentje. De volgende dag werd ik weer door de taxi opgehaald om naar een klein vliegveld in Paramaribo te gaan, om daar op een heel klein vliegtuigje te stappen richting Gakaba. Vliegen in zo’n klein vliegtuigje voelde ergens wat spannend omdat voor m’n gevoel alles kraakte en piepte, maar niemand leek er raar van op te kijken dus ik moest het maar vertrouwen. Samen met zo’n 10 anderen en 300 tassen en dozen vloog ik vlak boven de jungle richting het binnenland. Het uitzicht was echt ge-wel-dig!
We maakten een korte tussenstop in Drietabbetje waar enkele passagiers uitstapten, en vervolgden de tocht. Hoe verder we het binnenland in gingen, hoe meer kale plekken ik in de jungle onder ons zag. En hoe meer ik de kleur van de rivier naar bruin zag veranderen. Goudmijning… Ik wist dat op sommige plekken in Suriname goud legaal gemijnd mag worden, maar daar hoorde dit gebied absoluut niet tussen. Ik vond het heftig om te zien hoeveel kwik ik zichtbaar in de rivier kon zien en het maakte me verdrietig om te bedenken dat de lokale bevolking hierdoor eigenlijk de vis in de rivier maar beter niet kan eten. Maar ze hebben uiteraard geen keus…
Niels had wat research naar de (illegale) goudmijning in Suriname gedaan en van hem begreep ik later dat de vorige regering meerdere stukken land aan Brazilië had verkocht, waardoor de Brazilianen de bevoegdheid hadden om op deze plekken bos te kappen en goud uit de grond te halen. Het blijft voor mij bizar om te begrijpen dat dit soort dingen in de wereld gebeuren. Wat kunnen mensen (en regeringen) toch bizar geld gedreven zijn en inkomsten boven het welzijn van het volk verkiezen. De Brazilianen kunnen nu mooi goud vinden en verkopen terwijl de lokale bevolking er vreselijk onder lijdt. Wat is het leven toch oneerlijk.
Eenmaal in Gakaba aangekomen was het tijd om over te stappen op een bootje dat me zou varen naar Stoelmanseiland. De plek waar Niels was! Ook in Gakaba keek ik m’n ogen uit. Ik had begrepen dat er overstromingen in het binnenland waren. Om die reden was Niels uiteindelijk ook in Stoelmanseiland geplaatst en niet meer in Drietabbetje, waar hij eerst naartoe moest. Maar hier in Gakaba zag ik pas duidelijk de omvang van de overstromingen: een heel plein leek ondergelopen te zijn, de scholen bleken gesloten te zijn omdat kinderen zich niet meer (veilig) kunnen verplaatsen en ik zag allerlei huizen die minstens tot de helft waren volgelopen met water. Wat bizar! De bootbestuurder kon me vertellen dat een groot deel van het dorp zich momenteel huishoudt in kerken omdat hun huizen niet meer leefbaar zijn. Hoe bedoel je het leven is soms oneerlijk…
